LIEVER DAN GOD
door Harm Knoop

De regenboog
In allerlei verbanden doet de regenboog het goed als teken van nieuw begin, nieuw leven na de verwoesting door het water van de grote vloed. Het mag dan een enigszins platgeslagen symbool zijn, het is niet zo gek dat de regenboog blijft trekken. Een teken vol kleur, vol hoop, vol belofte van het nieuwe. De keren dat ik – en u? - het ben tegengekomen in kerkdiensten zijn niet te tellen. De regenboog werkt ook goed als bevestiging van het religieuze paradigma dat er een Macht is die het leven in de hand heeft. En niet in de laatste plaats: de regenboog als happy end van een nogal gruwelijk verhaal: en ze leefden nog lang en gelukkig. Nou, gelukkig?
Het is een gruwelijk verhaal
Niet alleen vanwege het ongehoord destructieve: alle leven wordt weggevaagd vanwege de menselijke verloedering. Maar nog gruwelijker wordt het als beschrijving van een schepper die spijt krijgt dat hij de mens gemaakt heeft. Terwijl het verhaal van de aarde en de mensen nog amper op gang is gekomen. (We zitten nog in het prille begin van het bijbelverhaal: Genesis 6-9).
Wat is dit voor een God? Is dit de God van liefde en bekommernis?
Een oma vertelde mij hoe haar kleinzoon van acht op het verhaal van Noach reageerde. “Hoe kan dit nou? Dat alle dieren dood moeten, omdat de mensen slecht zijn! Dat is niet eerlijk. Volgens mij ben ik veel liever dan God.” Hij heeft gelijk: hij is veel liever dan God.
Wat is dit voor een God?
Hij maakt de aarde en al wat leeft. Met als kroon (?) op zijn schepping de mens naar ‘zijn beeld en gelijkenis’. Maar wat een tragische vergissing, wat een vreselijke mislukking. Hij krijgt spijt dat hij de mensen gemaakt heeft en besluit al het leven te vernietigen. Alleen Noach, de enige rechtvaardige, met de zijnen (en verrassend: van alle dieren minstens een koppel) worden gespaard. De aarde wordt overspoeld door het water, van boven en van beneden. En dan krijgt deze God (alweer) spijt van zijn besluit de aarde te vernietigen. En belooft dit nooit meer te doen. Met de regenboog als teken van zijn belofte. Lekker betrouwbaar.
Wat is dit voor een God?
Dit is een God met zichzelf in tegenspraak. Als het ergens al duidelijk is, dan hier: deze God is een projectie. Een projectie van de mèns met zichzelf in tegenspraak. In deze God zien mensen zichzelf weerspiegeld.
(Tussen haakjes: Betekent het niet het failliet van godsdienst en geloof als we toegeven dat God een projectie is? Aan Han Fortmann, groot godsdienst- en cultuurpsycholoog, werd de vraag voorgelegd: “U bent overal doorheengegaan, door Marx, Nietzsche, Freud en Jung. Waarom geeft u het niet eens eindelijk toe: het (en vooral God) is toch allemaal projectie.” Fortmann antwoordt onbevangen: “Natuurlijk is God een projectie! En weet u hoe ik aan die projectie kom? Die God – een projectie - heeft ons als projecterende wezens geschapen.” Beetje flauw misschien, maar paradoxaal waar: er is geen andere God dan die waarin mensen zichzelf weerspiegelen.)
Deze God?
Hij/zij/het weerspiegelt onze tegenspraak, ons innerlijk conflict. We (ik in ieder geval) hopen op en streven naar compleetheid, volmaaktheid, het goede leven, rechtvaardigheid. Maar we zien en ervaren onvolmaaktheid, halfheid, rancune en bitterheid, onrechtvaardigheid. In die tegenspraak worden we overspoeld door de donkere wateren. Weten we geen weg in ons conflict. Zien we de destructie, de vernietiging, de chaos. En dan is het verleidelijk (voor mij in ieder geval) om te denken: ik ben nou eenmaal niet volmaakt, ik ben niet een goed mens. Ik ben geen Noach.
Noach?
Het enige substantiële dat over hem, de enige rechtvaardige, verteld wordt, is dat als de aarde weer droog is, hij een wijngaard plant en zich laveloos drinkt. Mooie rechtvaardige.
Noach staat voor wat wij ten diepste zijn: goed, rechtvaardig, beter dan ze altijd zeiden, veel beter ook dan ik zelf vaak denk. Wij zijn veel liever dan die God.
Ik zie dat niet zozeer in het (platgeslagen) beeld van de regenboog, maar in kinderen, in mìjn kind weerspiegeld. Bij hen zie ik dat wat we in ons diepste binnenste meedragen: ontvankelijkheid, openheid, rechtvaardigheid, volmaaktheid. En het diepe verlangen naar liefde.
Misschien is dat wel het pijnlijkste van ons innerlijk conflict. Dat we (ik in ieder geval) het amper aankunnen, dat weten dat we niet, nooit meer eerst aan van alles hoeven te voldoen voordat we het waard zijn bemind te worden en te beminnen.
Wij zijn veel liever dan die God.
En neem gerust een glaasje wijn.